Waterpompen
Een waterpomp verplaatst water waar de zwaartekracht het niet doet: uit een sloot naar het land, uit een bouwput, of uit een regenton naar de beregening. Welke waterpomp je nodig hebt lees je af aan de opvoerhoogte en aan wat er in het water zit.




Schoon water, vuil water of beregening
Een schoonwaterpomp verplaatst helder water met hooguit wat zand erin. Haal je er slootwater met blad en modder doorheen, dan loopt de waaier vast. Daarvoor is de vuilwaterpomp: ruimere doorlaten, deeltjes tot een paar centimeter, trager en met minder druk, maar hij blijft draaien waar de andere stopt.
Een beregeningspomp is een ander verhaal. Die is gebouwd op druk in plaats van volume en levert genoeg om sproeiers te laten draaien. Een pomp die veel water verzet hoeft dat niet te kunnen; bij de eerste sproeier houdt hij dan al te weinig druk over.
Opvoerhoogte en zuighoogte
Zuighoogte en opvoerhoogte worden vaak door elkaar gehaald. De zuighoogte is hoe ver de pomp het water omhoog kan trekken naar zichzelf toe. Natuurkundig ligt die grens rond de acht meter, in de praktijk haal je zeven. Staat je waterbron dieper, dan heb je een pomp nodig die zelf in het water hangt.
De opvoerhoogte is hoe hoog hij het daarna wegduwt. Daar moet je de weerstand van de slang mee verrekenen: elke tien meter slang kost ongeveer een meter opvoerhoogte, en elke bocht ook wat.
| toepassing | opvoerhoogte |
|---|---|
| sloot leegpompen, kelder | 10 tot 20 m |
| beregening met sproeiers | 30 tot 50 m |
| naar een hoger gelegen tank | reken de hoogte plus de slangweerstand |
Benzine of stroom
Op het land is benzine de standaard, simpelweg omdat er geen stopcontact is. Zo'n pomp start met een trekkoord en verzet grote hoeveelheden.
Stroom is de keuze wanneer de pomp vast staat: bij een regenton, in een kelder of aan een beregeningsleiding. Stiller, geen uitlaatgassen, en met een vlotter slaat hij vanzelf aan.
We voeren Daishin en STIHL. Let bij een benzinepomp op de aansluitmaat van de slang. Die bepaalt hoeveel water er doorheen kan en is niet altijd wat je bij de opgegeven capaciteit zou verwachten.
Wat er misgaat
Drooglopen is de meest voorkomende schade. Een pomp die zonder water draait loopt binnen een minuut warm en beschadigt de dichting. Vul het pomphuis altijd voordat je start, en gebruik bij een vaste opstelling een droogloopbeveiliging.
Daarna komt de zuigslang die lucht trekt. Zit er een klein lek in de koppeling, dan bouwt de pomp geen onderdruk op en gebeurt er niets. Een voetklep met zeef onderaan de zuigslang verhelpt dat en houdt tegelijk blad tegen. Laat een pomp in het najaar trouwens niet vol water staan, want bevriezing splijt het pomphuis.











