Maaien
Maaien gaat hier van een gazon van een paar honderd vierkante meter tot bermen en ruw terrein, en dat zijn andere machines. De vraag die je eerst beantwoordt is niet welk merk, maar wat je maait en hoe vaak. Daaronder staat per soort werk waar je verder moet kijken.





Grasmaaiers koop je hier op accu, benzine of stroom, en als robotmaaier die het werk zelf doet.

Een robotmaaier maait elke dag een beetje, in plaats van één keer per week veel ineens.

Zitmaaiers maaien een groot gazon zittend en in één doorgang.

Een bosmaaier pak je erbij waar de grasmaaier niet komt: langs afrasteringen, op taluds, in ruw gras en tegen jonge…

Grastrimmers maken af waar de grasmaaier stopt: langs de schutting, om de bomen heen en tegen het muurtje aan.

Klepelmaaiers slaan gras, riet en jonge opslag stuk met vrij scharnierende messen, in plaats van het af te snijden.
Welke machine bij welk werk
| wat je maait | machine |
|---|---|
| gazon dat je zelf loopt te maaien | grasmaaiers |
| gazon waarvan je het maaisel niet wilt afvoeren | mulchmaaiers |
| gazon dat vanzelf kort blijft, elke dag een beetje | robotmaaiers |
| groot gazon waar lopen te lang duurt | zitmaaiers |
| randen, taluds en alles rond obstakels | grastrimmers |
| hoog gras, brandnetels en jonge opslag, te voet | bosmaaiers |
| ruw terrein en hoog gras, machinaal | ruwterreinmaaiers |
| bermen, taluds en opslag die je stukslaat | klepelmaaiers |
| hooiland, oevers en gewas dat je snijdt in plaats van slaat | maaibalken |
De grens tussen gazon en ruw terrein zit niet in de oppervlakte maar in wat erin staat. Zodra er stengels, opslag of stenen tussen zitten, houdt een gazonmaaier op en begint het gereedschap dat daar tegen kan.
De tweede vraag is hoe vaak je erlangs gaat. Wekelijks maaien vraagt een machine die je zonder nadenken pakt; twee keer per jaar een berm maaien vraagt een machine die door zwaar gewas komt en de rest van het jaar in de schuur staat.

