Graszodesnijders
Een graszodesnijder snijdt de zode op een ingestelde diepte los van de ondergrond, zodat je hem in banen kunt oprollen en afvoeren. Dat is ander werk dan verticuteren: een verticuteermachine haalt vilt en mos uit een gazon dat blijft liggen, een zodesnijder haalt het gazon zelf weg. De machines zijn benzinemodellen van Benassi met 30 en 39 cm werkbreedte en een snijdiepte van 0 tot 35 mm.




Werkbreedte, snijdiepte en grip
De werkbreedte bepaalt hoeveel banen je loopt en hoe zwaar de rollen worden die je daarna moet tillen. 30 cm geeft een rol die een persoon nog aankan; 39 cm schiet sneller op maar weegt per meter meer.
De snijdiepte stel je in tussen 0 en 35 mm. Ondiep snijden houdt de zode dun en licht en laat de meeste wortels in de grond achter. Dieper snijden neemt meer wortel mee, en dat telt zodra de zode ergens anders opnieuw moet aanslaan. Op zand ga je dieper dan op klei, omdat de zode daar minder samenhang heeft.
Grip is het derde punt. Het mes trekt zich door de wortellaag en duwt de machine tegelijk terug; op een hobbelig of nat perceel loopt een machine op twee aangedreven wielen daardoor weg. Het model met vierwielaandrijving houdt daar zijn lijn. Twee versnellingen helpen om de loopsnelheid aan te passen aan hoe zwaar het gras trekt.
Beide machines lopen op een Honda-motor: de 30 cm op een GX160 en de 39 cm op een GX200.




